Menu

Glossarium

A – B – C – D – E – F – G – H – I – J – K – L – M – N – O – P – Q – R – S – T – U – V – W – X – Y – Z

-A-

-B-

BABYDOLL: een vaak mouwloos hemdje, die los om het lichaam zit. Soms met een bralette voor de decolleté met een loszittende rok die in de lengte valt. Meestal is de babydoll kort en valt deze tussen de navel en de bovenbenen. Ook wel nachtjapon of negligé genoemd. 

BADKLEDING: speciaal gemaakt watergerelateerde activiteiten, zoals zwemmen en watersporten. Natuurlijk ook handig voor het zonnen. Meestal gemaakt van een combinatie van de rekbare stoffen. Komt in veel varianten: badpak, bikini (top en slip), zwemshort of zwembroek. 

BAND: smalle banden van materiaal, al dan niet verstelbaar, die over de schouders gaan en de voor- en achterkant van een beha verbinden. Ook wel schouderstukken genoemd.

BEDJAS: klein vest met of zonder cape voor de binnen die stopt bij de taille en die je dragen over jouw nachtkleding naar bed dragen.

BEENWARMERS: kousen gemaakt van een warme en dikke stof zoals wol of katoen, die strak om de benen zitten en vooral gedragen worden om -een deel van- de benen warm te houden. 

BODY: een kledingstuk dat het bovenlichaam bedekt en tussen de benen dichtgeknoopt is. Kan ook bestaan uit een stuk: full body. Het kan een losse of nauwsluitende pasvorm hebben en wordt gedragen als boven- of onderkleding.

BORSTBAND: een compressieband die bewegingen van de borsten beperkt, waardoor een goede stabiliteit ontstaat tijdens activiteit. Ook wordt deze band vaak gebruikt ter ondersteuning van borstprotheses. 

• Bodystocking: een body zonder zijnaden die doorloopt tot aan de enkels.

• Bodytop met lange mouwen en een hoge hals: body die wordt gebruikt kan worden als “blouse” en wordt gedragen met een rok of broek.

• Jarretelbody: body met ingebouwde jarretelgordel om kousen te dragen.

• Body short: body in de vorm van een short.

• StretchBody met Lycra Lace: een volledig elastische body.

• Stringbody: een body met een string aan de achterkant.

• Body met een balkonhals en beha met beugels: 

BEHA of BH: een min of meer flexibel stuk lingerie dat de buste omgeeft. Het is bedoeld om de borsten te ondersteunen en te versterken. Het bestaat uit twee cups, met of zonder beugel, wordt vastgehouden door riempjes en wordt meestal aan de achterkant vastgemaakt door middel van twee elastische stroken materiaal die aan elkaar haken.

• Beha: een kleine top zonder beugels

• Baskisch: uittrekbare of versterkte bh met variabele breedte die zorgt voor een goede ondersteuning van de buste.

• BH met afneembare bandjes: BH voor het dragen met strapless jurken (de schouderstukken zijn verwijderd).

• Voorgevormde beha: schuimbeha die de buste vergroot (synoniem voor voorgevormde beha).

• Minimizer-bh: bh die de buste minder benadrukt.

• Balconette- of halve cup-bh: beugel-bh die de bovenste helft van de buste zichtbaar maakt. De riemen zijn wijd tegen de schouders geplaatst en komen meestal samen met de beugel aan de zijkant van de cups.

• Bandeau: beha zonder beugel gemaakt van een simpele strook stof. Komt met of zonder riemen.

• Beugelbeha: beha die de buste omlijst met een beugel en centraal geplaatste bandjes.

• BH met halve cups: plunge-bh met cups die in een rechte lijn over de schouderbandjes lopen. BH met diagonale halslijn.

• Crossover-bh op de rug: bh voor Amerikaanse armsgaten (armsgaten die de schouder blootlaten).

• Voorgevormde BH: BH zonder naden op de cups, gemaakt van een voorgevormde, voorgevormde stof.

• Multi-way beha: multi-way bandjes die decolletés, blote rug etc. mogelijk maken

• Plunge-bh: meestal een voorgevormde, zeer laag uitgesneden beha met beugel met beugel die de buste hoog duwt en rond maakt.

• Voorgevormde BH: BH met voorgevormde cups of cups versterkt met synthetisch schuim die de buste accentueren (synoniem voor push-up BH).

BONNETERIE:alle productie- en verkoopactiviteiten met betrekking tot gebreid ondergoed.

BUSTIER: strapless beha die alleen de buste bedekt, in het verleden vaak met baleinen en onder de kleding gedragen

-C-

CATSUIT: een nauwsluitend stuk kleding vaak uit één stuk, die het lichaam volledig bedekt. Soms mouw- of kruisloos. De catsuit is meestal gemaakt van rekbaar materiaal, maar kan ook gemaakt worden van een stof.

CAMISOLE: Smalle rechte top met dunne bandjes, losjes over de buste gedragen.

CHOKER: een halsversiering dat je lingerie set helemaal af maakt. Kan bestaan uit een riem, lint leiband, leidraad, lijn of ketting met of zonder versiering (kralen en kant) of sieraden. Ook wel halsband genoemd. 

CORSELET: Een ondersteunend kledingstuk dat het bovenlichaam bedekt maar zonder een kruisriem. Step-in corselet: een slip die eindigt in een slipje.

CORSET: heeft verstelbare veters en is ontworpen om zich vanaf de buste tot aan de onderkant van de heupen naar het lichaam te vormen. Een corset wordt vaak geleverd met een jarretelgordel om kousen op te houden.

CORSETRY: Deze term is met name van toepassing op alle soorten ondersteunend ondergoed, inclusief het korset, de gordel en de beha.

CRINOLINE: hoepel gemaakt van baleinen of metalen draden op een fijne haarstof, waardoor rokken makkelijk kunnen worden opgeblazen. Ook wel hoepelrok genoemd. De crinoline werd voornamelijk in de vorige eeuw gedragen of gebruikt voor sommige stijlen trouwjurken. 

CULOTTE-SUIT: Een slip gecombineerd met een short. Wordt ook een Teddy genoemd.

CUP: Elke pad van een beha die de borsten ondersteunt en daarmee de buste vormt. De cup komt in alle soorten en maten. Lees hier meer over cupmaten voor een kleine of grote cup.

-D-

DIJENBAND: een band die speciaal is ontworpen om je dijen te beschermen tegen het schuren van je kleding of benen. Een dijenband lijkt op een stay-up, maar heeft een praktisch doeleinde.  

-E-

-F-

FARTHINGALE: Deze hoepelrok dateert uit de 16e eeuw en is de voorouder van de crinolines uit de 19e eeuw.

-G-

G-STRING: een smal stuk stof dat je kunt dragen in plaats van meer traditioneel ondergoed. Smalle string loopt over de billen en een klein stukje stof bedekt het kruis.

GIRDLE: Soepel ondersteunend kledingstuk gemaakt van een rekbare stof. De vorm is min of meer buisvormig en wordt vaak geleverd met een jarretelgordel en een buikplaat. Het is ontworpen om de taille en de heupen te vormen. Ook wel ceintuur of step-in genoemd, een veel gedragen pantygordel is de knickervormige gordel.

GUEPIERE: Kledingstuk dat het bovenlichaam vormt als een “wesp”. De guepiere heeft ook een variant met jarretelgordel: guepiere jarretelgordel

-H-

HANDBOEIEN: voorwerpen die worden gebruikt voor het binden van beide handen. Daardoor wordt het de geboeide persoon zeer moeilijk gemaakt om de handen nog te gebruiken. Ook wel boeien genoemd. Natuurlijk geen lingerie, maar mocht niet ontbreken op in het glossarium. 

HIEL: duidt het deel van een kous of sok aan de achterkant van de voet aan dat de hiel bedekt.

HALF-SLIP: Onderkleding bestaande uit een lingerierok die in de taille is bevestigd aan een stuk elastiek.

HOLD-UP STOCKING: Een kous die op zijn plaats wordt gehouden door middel van een elastische of siliconen strip die aan de bovenkant van de pantykous is bevestigd en die vaak is versierd met kant. 

HAAK: Een klein metalen apparaat waarmee twee delen van een kledingstuk aan elkaar kunnen worden vastgemaakt.

HANDSCHOENEN: een kledingstuk voor de handen gemaakt van een fijne stof. Soms gedragen tot de elleboog of halverwege de arm. Ook zijn er varianten van een minder rekbare stof. 

HARNASSEN: bestaat uit bandjes die rond de torso zitten en overal het lichaam verbinden. Meestal worden de borsten vrij gelaten en zijn rond de hals sierlijke borduursels of kant aangebracht.

HIPSTER: een kruising tussen een string en een boxer. Aan de voorzijde lijkt het op een boxer en is het vaak iets hoger dan een string. De achterzijde laat de billen onbedekt. 

HOGE HAKKEN: een soort schoen waarbij de hiel in vergelijking met de hak aanzienlijk hoger is. Ze laten je benen groter lijken en accentueren de kuitspier. Hoge hakken komen in veel varianten Kitten (2,5 tot 5 cm.), Pumps (vrij hoog), Naaldhak (min. 7 cm.), Stilettohak (onderzijde hoger en smaller), Sleehak (hak loopt door onder de zool) en de Diabolo (midden smaller dan de boven- en onderzijde). 

HOMEWEAR: alle kleding die je thuis kunt dragen. 

HOLD UP: Lint of elastische band die wordt gebruikt om de kous op de dij op te houden.

-J-

JARRETEL: een andere naam voor een kousenband met dunne bandje om kousen omhoog te houden. 

JARRETEL SETJE: bestaat een stuk damesondergoed met dunne bandjes eraan. Deze dunne bandjes heten ook wel jarretels en zijn bedoeld om de kousen omhoog te houden.

JOCKSTRAP: bestaat uit een elastische heupband met daaraan twee elastische banden. De voorkant is bedekt, maar de achterkant van de jockstrap is open. 

K-

KAMERJAS: Warme kamerjas, vaak gemaakt van gewatteerd materiaal, zoals een fleecestof. Ook wel ochtendjas genoemd.

KIMONO: Dit kledingstuk dat oorspronkelijk was ontworpen om over een outfit te worden gedragen, zodat het haar vrij kon worden gekamd. Momenteel gebruikt wordt het veelal als gewaad of homewear gedragen. 

KOUSEN: een andere benaming voor een panty. 

KNIEKOUSEN: Korte kousen die niet boven de knie reiken, meestal onder een broek gedragen.

KNICKER: Onderkleding dat de heupen volledig bedekt, in de taille vastgehouden door elastiek. De bovenkant van elke dij is apart omsloten of heeft simpelweg twee openingen voor de benen. Nauwsluitende onderbroeken worden ook wel slipjes genoemd.

• Boxer: klein kort, strak of los.

• Gevoerde onderbroek: onderbroek gevuld met schuim (om de billen op te tillen).

• Losse onderbroek: brede boxer (satijn of inslag en kettingweefsel).

• Gordelbroek: steunbroek.

• Slip met hoge taille: slip die boven de navel uitkomt.

• Corrigerende knickers: een corrigerende stof wordt onder de billen geplaatst om ze op te tillen.

• Waist knickers: de knickers gaan verder omhoog met een paneel.

• Verstoorde onderbroek: onderbroek met ruche rond de dijen.

• Fietsshort: short die tot halverwege de dij komt, meestal gemaakt van Lycra (sport).

• Panty: halverwege de dij.

• Braziliaanse slip: hoog been tot aan de heupen.

• Minislip: slip met lage taille, recht en smal op de heupen.

• Tanga slip: slip die slechts een klein deel van de billen bedekt.

• String of G-string: het achterste deel van de slip is teruggebracht tot een zeer dunne strook materiaal.

KANT: Opengewerkte textiel met patronen, vaak bloemen. Hedendaags kant wordt vervaardigd op verschillende soorten mechanische weefgetouwen.

• Mechanisch kant geweven op Leaver-weefgetouwen.

• Rachel-kant gebreid op een Rachel-weefgetouw.

-L-

LINGERIE: De term is specifiek van toepassing op alle ondergoed. Het kan zich uitstrekken tot kledingstukken die dezelfde kenmerken hebben als lingerie (fijne, wasbare stoffen, geborduurd of versierd met kant) zoals negliges, kinderjurken, overalls, overhemden, nachtkleding. (Wordt ook ‘intimi’ genoemd.)

LEGGING: van fijngebreide stoffen broek, die strak om de benen zit.Oorspronkelijk een mannelijk ondergoed dat het onderlichaam bedekt, uitgerust met benen van verschillende lengte. Damesonderbroeken werden ook wel “bescheiden pijpen” genoemd. Tegenwoordig worden onderbroeken / leggings als bovenkleding gedragen.

LIJFJE: Brede stofstrook die vaak aan de voorkant vast is geregen, die kan uitzetten tot aan het middenrif. Ook wel corselet of corsage genoemd. 

LOUNGEWEAR:

-M-

MATINEE: dameskledingstuk dat ’s ochtends wordt gedragen. Ook wel kamerjas of negligé genoemd.

MAILLOTS:  Een soort panty. Deze is vaak gemaakt van een dikkere stof. Er bestaan ook varianten waarbij de enkels en voeten vrij zijn. Ook wel kousenbroek genoemd.

MASKER(S): een soort gezichtsbedekking. 

-N-

NACHTHEMD: een lang hemd om in te slapen. Ook wel nachtjapon genoemd. 

NACHTJURK: nachtkleding die eruitziet als een jurk met verschillende lengtes.

NACHTMODE: Ook wel nightwear genoemd. 

NEGLIGEE: Een soort lichte slip van variabele lengte die vrouwen privé dragen. Het wordt vaak geleverd met een bijpassend nachthemd in hetzelfde materiaal.

NUISETTE: Korte nachtjurk, ook wel “babypop” genoemd.

-O-

OCHTENDJAS: een soort kamerjas. 

ONDERBROEK: kan verwijzen naar een soort slipje, boxer of string. 

ONDERGOED: naam gegeven aan alle kledingstukken die onder kleding worden gedragen.

-P-

PANNIER: Hoop die onder rokken werd geplaatst om ze vol te maken. Ze werden zo genoemd omdat ze van riet waren gemaakt, net als het keukengerei met dezelfde naam.

PANTY: Onderkleding bestaande uit korte slips met een lage taille, zonder been en weggesneden bij de dijen. Wordt naast de huid gedragen.

PAJAMA: Een woord van Indiase afkomst, dit is een tweedelig nachtkledingstuk: jas en broek.

PLAYSUITS: een playsuit is een jumpsuit, die ook uit een stuk stof bestaat, maar dan zonder rok en met korte broekspijpen. Ook wel speelpakje genoemd. 

PRUIKEN: een pruik is een kunstmatig kapsel, dat op je op het hoofd draagt. De pruik kan gemaakt worden van echt haar. Het doel is een suggestie te geven van een echt kapsel.

POSITIEKLEDING: alle kledingstukken die onder kleding worden gedragen ter ondersteunen of ter correctie van het lichaam. 

-R-

ROBE: term die verwijst naar een kledingstuk dat over een nachtjurk wordt gedragen.

ROKJE: een kledingstuk met gespleten pijpen. Vaak kort, maar er zijn ook langere varianten. 

-S-

SATIJN: Een verscheidenheid aan stoffen, meestal zacht en glanzend, waarvan de fijnste worden gebruikt in lingerie.

SET: Bijpassende lingerie die samen kan worden gedragen.

SCHOUDERSTUK: Zie BAND.

SLIP: Onderkleding die een vest combineert met een halve slip die onder een jurk wordt gedragen. Een onderjurk met dunne bandjes wordt een onderjurk als hij brede bandjes heeft. Full-slip: vrouwelijk ondergoed bestaande uit een soort jurk, A-lijn of prinses-lijn, met dunne bandjes. Het deel dat de buste bedekt, heeft meestal de vorm van een beha.

Kattenpak: ondergoed dat een vest en een vrouwelijke broek combineert.

SLIPOVER TOP: een kort topje dat je omslaat.

STOCKING: een pantykous gedragen met een jarretel of jarretelgordel.

SUSPENDER: riem gedragen in de taille en voorzien van jarretels om kousen op te houden.

SHORT: een kort broekje. 

STAY UP: een soort hold up. 

-T-

T-SHIRT: Shirt met kleine mouwen.

TEDDY: Licht onderkleding vroeger vaak gedragen onder jurken. De bestaande uit een top met dunne bandjes verbonden met een losse soort panty, vaak dichtgeknoopt tussen de benen. Ook wel Chemise set genoemd.

TIGHTS: Tights worden gemaakt door twee kousen en een slip van rekbare stof te combineren. Het heeft een kruisje dat beweging mogelijk maakt.

• Anti-vermoeidheid panty: panty gemaakt van een speciaal garen dat een massage-effect heeft op het been.

• Lacy fashion panty: panty volledig van kant (tot aan de taille).

• Jarretelbroek: panty met uitgesneden jarretelgordel.

• Bodemvormende panty: panty met panelen onder de billen die ontworpen zijn om ze op te tillen.

• Panty panty: panty met ingenaaide panty.

TULLE: Oorspronkelijk een licht, opengewerkt materiaal dat polygoonvormige gaten vormt, vervaardigd op een weefgetouw van tule. Bij uitbreiding elke stof die dit imiteert en wordt geproduceerd op een Rachel-weefgetouw.

TEPELVERSIERING:

TOPJE:

TORSELET:

-U-

UNDERWIRE: Een metalen of plastic halve cirkel die onder beide cups van een beha wordt geplaatst, wat een betere ondersteuning van de borst geeft terwijl de borsten worden gescheiden.

-V-

VEST: Licht, mouwloos vrouwelijk ondergoed gedragen op de huid, onder het korset. Onderkleding voor heren gemaakt van jersey, gedragen onder het shirt. Soms met korte mouwen.

-W-

WASPIE: Artikel dat de taille benadrukt met behulp van baleinen en voorzien van bretels.

WEAVE: Een weefsysteem waarbij de ketting en de inslag elkaar kruisen.

WIKKELOVER: Kleine top met korte of lange mouwen, die aan de voorkant kruist om een ​​V-hals te vormen. Het is geknoopt in de taille.

WIMPERS:

-X-

-Y-

-Z-

ZWANGERSCHAPLINGERIE:

ZWEEPJES: